Kinderen, lawaai, herrie en fatsoensrakkers

/, Kleuter/Kinderen, lawaai, herrie en fatsoensrakkers

Kinderen, lawaai, herrie en fatsoensrakkers

Ooit woonde ik in een typisch Haagse portiek flat. Buren boven me, onder me, link en rechts. Het was een appartement met mooie grote ramen, oude deuren, en in de badkamer een granieten vloer die er vermoedelijk al vijftig jaar inzat. Een lief mooi huisje, vol geschiedenis en authentieke details. En erg gehorig, zoals huizen uit die tijd nu eenmaal zijn. Ik vond het toentertijd niet erg dat ik de buren vaak hoorde. Het had wel iets gezelligs en hoorde bij het wonen in de grote stad, je bent nooit echt alleen.

Grenzen van tolerantie.

De oude onderbuurvrouw die door haar huis schuifelden, mijn Bulgaarse buurman met zijn vrienden die voetbal zaten te kijken, en mijn andere buurman die een muziek momentje had. Zo’n momentje waarop dat ene nummer hard moet. Ik hoorde wc’s doortrekken, een stofzuiger loeien, een deurbel rinkelen of een pasgeboren baby huilen. En al die dingen waren ruim binnen mijn grenzen van tolerantie. Mensen maken nou eenmaal geluid, Ik vind ook vaak dat, als je daar niet tegen kan, je niet in de stad moet gaan wonen, zo dicht op andere mensen.

Magische grens

Heel soms werden de grenzen van mijn tolerantie weleens aangetikt of overschreden. Toen er op het naastgelegen voetbalveld een niet al te beste cover band, al uren gouden ouwen om zeep hielp bijvoorbeeld. Of toen we nieuwe buren kregen en er na 23:00 uur nog steeds werd geboord. Dat je na een tijdje denkt: hoeveel gaten heeft een huis nodig…. Eigenlijk is er een soort van magische grens waaraan iedereen zich naar mijn mening dient te houden. Pakweg tussen elf en zeven moeten mensen zich een beetje koest houden, en in het weekend ietsje langer. Meestal gebeurt dat ook gewoon en houdt iedereen zich eraan.

Iedereen slaapt nog en ook wij gaan nu ook weer slapen.

Maar toen verhuisde ik naar een nieuwbouwwijk en kreeg ik kinderen, die zich niet aan mijn zelf bedachte en blijkbaar breed gedeelde dag en nacht grens wilde houden. Het liefst melden ze zich rond 6.00 uur fris en fruitig om lekker even buiten te gaan spelen. Meestal breng ik ze dan weer terug en steek mijn gebruikelijke riedel af. “Het is midden in de nacht, het is nog lang geen ochtend, iedereen slaapt nog en ook wij gaan nu weer slapen.” En dat helpt, precies tot zeven uur en dan is voor hun de dag begonnen.

Geen aan- en uitknop.

Ieder jaar schreeuwen ze weer harder buiten dan ik mij van vorig jaar herinner. Hun schelle stemmen dringen, als er weer een twist ontstaat bij de zandbak/schommel/trampoline, via geopende deuren tot alle omwonenden door. Het is een eindeloos geroep van: “doe nou zachtjes!” en vermaningen tot binnen spelen. Maar ook binnen ben ik mij bewust van elke gil, het gehamer op de piano en het gesmijt met autootjes. Ik voel mij regelmatig een tokkie gezin vanwege al het gegil en gekrijs in en rond mijn huis. Maar er zit nou eenmaal geen aan- en uitknop op die kinderen van mij. En het heeft ook niets met opvoeden te maken, het ene kind produceert nu eenmaal meer lawaai dan het andere. En ik probeer het dan ook echt binnen de perken te houden.

Interventie tijdens hun nachtelijke feestjes, in ochtendjas,

Ook mijn puberende kinderen weten met hun knetterde brommers en uit de hand gelopen tuinfeestjes de grenzen van het fatsoen op te zoeken. Mijn interventie tijdens hun nachtelijke feestjes, in ochtendjas, resulteert vaak in vijf minuten de muziek zachter, waarna ik uiteindelijk het feestje moet opdoeken omdat de muziek weer op volle sterkte wordt gezet. Ik ben dus dag en nacht bezig met de hoeveelheid geluid die mijn kinderen produceren. Waarom mijn bewustzijn over het geluid van mijn kinderen zo enorm is toegenomen weet ik niet. De wanden in ons vorige huis waren zo veel dunner. Misschien komt het doordat ik nog een student was. Studenten storen zich namelijk überhaupt aan niemand. Maar nu, nu ben ik dus volwassen en houd ik me wel bezig met in hoeverre anderen last van me hebben. Of in dit geval: van mijn kinderen.

Een fatsoensrakker.

Klagen doen mijn buren gelukkig (nog) niet, maar dat is volgens mij voornamelijk omdat veroorzakers van geluidsoverlast zelden op hun gedrag worden aangesproken (wat in het geval van mijn brommer rijdende zoons ook praktisch ondoenlijk is). Wie hinder ondervindt van herrie, huivert vaak om daar uiting aan te geven. Wie zich bij een buurtgenoot beklaagt voelt zich toch een beetje een lul. Een fatsoensrakker. Het is iets wat eerder wordt beroddeld dan besproken. Eigenlijk is dat jammer, want een beetje herrie bij het wonen in een kinderrijke buurt hoort erbij, en het is een probleem voor beide partijen. Stiekem hoop ik dat mijn buren mij bij overlast op een dag gewoon aanspreken. Over die eeuwige herrie in de tuin, de knetterende brommers of de zoveelste onaangekondigde tuinfeest van mijn kinderen. Zo kom ik tenminste nog eens in gesprek met mensen die mij anders alleen maar zouden horen.

Lees ook mijn andere artikelen:

Annemarie

Annemarie Geerts 41 jaar. Zeven kinderen….

‘Ja, wij hebben zeven kinderen! En ja, daar hebben wij bewust voor gekozen!’ Als moeder van een groot gezin, ben ik altijd bezig met het beantwoorden van de meest idioten vragen. Ja, allemaal van dezelfde man. Nee, het is nu nog niet klaar. Nee, we zijn niet gelovig. En nee het is inderdaad niet van deze tijd, ik weet het.

Waar de ene moeder haar handen al vol heeft aan één kind, kan het gezin voor mij niet groot genoeg zijn. Ik geef je graag een kijkje in mijn leven. Ik heb voor ieder wat wils. Van een irritante puber tot een schattige baby van 10 maanden. Ik heb het allemaal!

Volg mij ook op instagram.com/prinsessenspul of op  youtube.com/user/prinsessenspul

2019-06-07T20:53:57+02:00

Neem even een momentje..

Om onze privacy verklaring te lezen en kennis te nemen van de gegevens die wij van je opslaan. Klik op 'AVG Instellingen' om je eigen instellingen te beheren.

Privacy verklaring | Sluiten
AVG Instellingen